Open podium: Kwetsbare groepen

Voorzitter: Karen Hosper, Pharos

 

In dit Open Podium hoor je de laatste ontwikkelingen rondom kwetsbare groepen en hun gezondheid. Hieronder een overzicht van de sprekers en hun presentaties:

  • Gemeente en GGD pakken samen stress bij risicojongeren aan; Anne Duijn–van den Hurk & Jennifer Ramkisoen, Gemeente Zaanstad & GGD Zaanstreek Waterland – team Straathoekwerk
  • Een programma voor leefstijlverandering en netwerkversterking voor multiprobleemhuishoudens met een laag inkomen: ontwikkeling, evaluatie en eerste ervaringen; Renate Spruijt en Latifa Abidi, Stimenz Apeldoorn en Universiteit Maastricht
  • De reis van een bankhopper; Rilana Wessel en Manon Vosjan, Kennis en Expertisecentrum, GGD IJsselland
  • De Waterbox; hoe krijg je jonge kinderen van laagopgeleide ouders aan het water?; Anita van Essen, Lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein (PubLab, Hogeschool Utrecht)
  • Eenvoudig instrument voor vroegtijdige opsporing van kinderen met taalontwikkelingsstoornissen; Babette Diepeveen, TNO afdeling child health
  • Depressief en Laaggeletterd; Marjan Mensinga, Pharos
  • Chronische hepatitis B bij Marokkaanse immigranten: een kwantitatieve studie naar factoren geassocieerd met screeningsdeelname; Nora Hamdiui, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM
  • Atlas Kwetsbaarheid; Lindsey van der Meer, Erasmus MC

 

Gemeente en GGD pakken samen stress bij risicojongeren aan

Anne Duijn-van den Hurk, Gemeente Zaanstad & Jennifer Ramkisoen, GGD Zaanstreek Waterland – team Straathoekwerk

Mensen die in armoede leven of schulden hebben en daar niet snel uitkomen, krijgen al gauw het verwijt dat ze onverstandig zijn. Inzichten uit de hersenwetenschap laten zien waarom: chronische stress door schulden en armoede, verandert de ‘bedrading’ van het brein van mensen. Daarbij is aangetoond dat kinderen die in armoede opgroeien op latere leeftijd vaak niet goed in staat zijn om doelen en prioriteiten te stellen, strategieën te ontwikkelen om die doelen te bereiken en door te zetten als het tegen zit. De traditionele begeleiding bij armoede blijkt weinig effectief op langere termijn doelen. EMPath in Boston ontwikkelde een nieuwe manier van begeleiden via Mobility Mentoring (een trademark van EMPath) en boekt in de Verenigde Staten robuuste resultaten. Samen met Platform31 die namens EMPath hier in Nederland verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van Mobility Mentoring willen wij als Zaanstad onderzoeken of deze methodiek passend is voor de risicojongeren en of dit bijdraagt aan een meer efficiënte en succesvolle lange termijn aanpak.

 

Een programma voor leefstijlverandering en netwerkversterking voor multiprobleemhuishoudens met een laag inkomen: ontwikkeling, evaluatie en eerste ervaringen

Renate Spruijt, Stimenz Apeldoorn en Latifa Abidi, Universiteit Maastricht

Overige namen: Gera Nagelhout, Tamar Jansen, Hein de Vries

De Universiteit Maastricht heeft in samenwerking met welzijnsorganisatie Stimenz en met subsidie van FNO een programma ontwikkeld voor leefstijlverandering en netwerkversterking voor multiprobleemhuishoudens met een laag inkomen in Apeldoorn. Multiprobleemhuishoudens hebben vaak een gezondheidsachterstand door een combinatie van weinig lichamelijke activiteit, ongezonde voeding, een klein sociaal netwerk en een slechte ervaren gezondheid. Het “Back2Balance” programma is in samenwerking met de doelgroep ontwikkeld en bestaat uit wandelgroepen, kookbijeenkomsten, motiverende gesprekken met hulpverleners, korting op bestaande leefstijlactiviteiten, familie-uitjes en kinderactiviteiten. Het Back2Balance programma wordt zeer positief geëvalueerd door de deelnemers, maar het blijkt dat hulpverleners andere prioriteiten stellen en zich handelingsverlegen voelen om leefstijlonderwerpen in motiverende gesprekken met hun cliënten aan te kaarten. Aangezien multiprobleemhuishoudens een moeilijk te bereiken doelgroep zijn waar veel gezondheidswinst te behalen is met preventie, moet er meer aandacht worden besteed aan nieuwe manieren om deze doelgroep te bereiken en aan het betrekken van hulpverleners in leefstijlverandering.

 

De reis van een bankhopper

Rilana Wessel en Manon Vosjan, Kennis en Expertisecentrum GGD IJsselland

Er zijn signalen dat er in Nederland steeds meer dak- en thuislozen zijn. Vooralsnog is er weinig zicht op de grootte van deze groep en is er onvoldoende inzicht in de aard van de problematiek. Met name informatie over de doelgroep ‘bankhoppers’ (thuislozen die  gebruik maken van hun sociale netwerk voor een tijdelijke verblijfplaats) ontbreekt, waardoor niet bekend is in hoeverre preventieve activiteiten een rol kunnen spelen bij het verbeteren van de situatie. Wat is het profiel van een bankhoppers, welke factoren spelen een rol bij de problematiek van deze doelgroep en wat zijn onderdelen van een geschikte aanpak? Het onderzoek ’De reis van een bankhopper’ geeft antwoord op deze vragen.

 

De Waterbox; hoe krijg je jonge kinderen van laagopgeleide ouders aan het water?

Anita van Essen, Lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein, PubLab, Hogeschool Utrecht

Overige namen: Liedewij Vogelzang, Amber Ronteltap, Reint Jan Renes

Hoe voorkom je dat ouders na babymelk overstappen op appelsap in plaats van water voor hun baby? Anita van Essen, gedragsonderzoeker bij het PubLab, presenteert het ‘Waterbox’ project. Een ontwerponderzoek gericht op gedragsverandering bij laagopgeleide ouders. De Waterbox is een cadeaubox voor ouders met een kind tussen de 6-9 maanden, wordt uitgegeven op het consultatiebureau en thuis uitgepakt. De box is ontwikkeld op basis van  Entertainment Persuasion; ouders op een aantrekkelijke manier helpen om op het cruciale eerste bijvoedingsmoment het gezonde drankje te kiezen, water. Maar hoe ontwikkel je een blijvende gewoonte bij ouder en kind? Wat bepaalt dit gedrag? Anita neemt je mee in de complexe gedragswerkelijkheid en de kansen voor preventie van overgewicht.

 

Eenvoudig instrument voor vroegtijdige opsporing van kinderen met taalontwikkelingsstoornissen

Babette Diepeveen, TNO afdeling child health

Overige namen: Paula van Dommelen, Paul H.Verkerk, Anne Marie Oudesluys-Murphy

 Er zijn meerdere redenen waarom de taalontwikkeling van een kind niet goed verloopt. Soms is er een duidelijke oorzaak, zoals onvoldoende taalaanbod of een verminderd gehoor. Soms is er geen duidelijke reden, dan spreken we van een taalontwikkelingsstoornis (ofwel TOS). TOS is de meest voorkomende ontwikkelingsstoornis met een prevalentie van ca 7%. Kinderen met TOS worden door hun taalproblemen ernstig beperkt in de ontplooiing van hun ontwikkelingsmogelijkheden.

Met de uitkomsten van een nested case-control studie met kinderen met en zonder TOS hebben we een eenvoudig instrument kunnen construeren, waarmee kinderen met een grote kans op TOS kunnen worden opgespoord voor de leeftijd van 4 jaar. Het instrument maakt gebruik van gegevens die al worden geregistreerd in het JGZ dossier van alle kinderen die het consultatiebureau bezoeken. Dit instrument is dan ook zonder veel extra inspanning, tijd, training of instrumentarium te implementeren in de huidige werkwijze van de JGZ 0-4 jaar.

 

Depressief en Laaggeletterd

Marjan Mensinga, Pharos

In Nederland zijn ongeveer 2,5 miljoen mensen laaggeletterd. Tweederde van hen zijn autochtone Nederlanders. Laaggeletterd betekent dat mensen teveel moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen om voldoende te kunnen functioneren in het dagelijks leven. Vaak hebben ze ook moeite met het omgaan met een computer. De gevolgen voor hun gezondheid zijn dat ze vaker naar de huisarts gaan, meer chronische ziektes als depressie en bijvoorbeeld diabetes hebben, vaker een ongezondere leefstijl en minder gemotiveerd voor therapie en vaker onjuist medicatiegebruik.

In de GGz is weinig aandacht voor laaggeletterdheid. Als cliënten niet op een afspraak komen denkt de hulpverlener als eerste dat hij therapieontrouw is. Maar misschien kan de cliënt het afsprakenkaartje niet lezen!

Met behulp van het boekje ‘Depressief en Laaggeletterd’ (ontwikkeld door Pharos en het Trimbos instituut) hoort u hoe u laageletterdheid bij uw cliënten kunt herkennen en hoe u weet of uw cliënt u begrepen heeft.

Kennis bij hulpverleners over laaggeletterdheid kan mogelijk voorkomen dat cliënten niet meer naar therapie gaan omdat ze de formulieren niet kunnen lezen of het jargon van de hulpverlener niet begrijpen.

 

Chronische hepatitis B bij Marokkaanse immigranten: een kwantitatieve studie naar factoren geassocieerd met screeningsdeelname

Nora Hamdiui, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

Overige namen: Mart L. Stein, Aura Timen, Danielle Timmermans, Albert Wong, Maria E.T.C. van den Muijsenbergh, Jim E. van Steenbergen

Ongeveer de helft van Marokkaanse immigranten blijkt een positieve intentie te hebben om een hepatitis B screeningstest bij de huisarts aan te vragen. Duidelijkheid over infectiestatus, gepercipieerde zelfeffectiviteit en gepercipieerd hepatitis B-risico zijn de belangrijkste factoren om deel te nemen aan hepatitis B-screening. De afwezigheid van symptomen en fatalisme zijn argumenten tegen screeningsdeelname.

In 2016 adviseerde de Gezondheidsraad om chronische hepatitis B op te sporen bij eerstegeneratiemigranten afkomstig uit hepatitis B-endemische landen. Individuele opsporing via de huisarts lijkt de Raad de beste methode. Hoewel uitvoering in de huisartsenpraktijk leidt tot hogere deelname blijken de opkomstcijfers van migranten bij andere screeningsprogramma’s laag en is onze kennis over hun screeningsgedrag beperkt. Daarom heeft het RIVM onderzoek gedaan naar factoren geassocieerd met screeningsdeelname. Hieruit blijkt dat de screeningsopkomst onder Marokkaanse immigranten bevorderd kan worden door (1) informatie te verstrekken over infectiestatus, (2) het risico van asymptomatische infectie te benadrukken en (3) samenwerking te zoeken met imams om fatalisme te doen dalen.

 

Atlas Kwetsbaarheid

Lindsey van der Meer, Erasmus Medisch Centrum

Vanuit het Erasmus MC is het project ‘Atlas Kwetsbaarheid’ gestart om potentiële kwetsbare ouders in spé in kaart te brengen. Zowel de gezondheid als de omgeving van ouders zijn tijdens de zwangerschap van invloed op de ontwikkeling en gezondheid van het (ongeboren) kind. Door inzicht te krijgen in welke factoren aanstaande ouders kwetsbaar kunnen maken, kan de omgeving van toekomstige kinderen in een vroeg stadium worden geoptimaliseerd. Kwetsbaarheid kan ervoor zorgen dat aanstaande ouders een minder goede gezondheid hebben en dit resulteert in een nadelige omgeving tijdens de zwangerschap. Wanneer duidelijk is welke factoren inwerken op de kwetsbaarheid van toekomstige ouders, kan dit inzichtelijk gemaakt worden via plattegronden. Met behulp van deze plattegronden kunnen interventies ontwikkeld worden in gebieden waar de kans op kwetsbaarheid hoger is, om zo de gezondheid van toekomstige ouders te verbeteren en preventief in te zetten op een betere gezondheid voor toekomstige kinderen.

  • Deel deze informatie:
  • Facebook Social Share
  • Twitter Social Share
  • Linkedin Social Share